Zoeken
  • Ronald Hünneman

Nomofobie (2)

Bijgewerkt: mei 15

Nomofobie is de angst je mobiele telefoon niet bij je te hebben. Dit klinkt voor velen waarschijnlijk als een grappige, maar toch vooral puberale angst van voornamelijk tienermeisjes die de hele dag willen kletsen en smessen met hun vriendinnen. Maar nomofobie is geen puberale angst. Het is strikt genomen zelfs geen fobie; het is wel een angst, maar geen stoornis. Nomofobie is vergelijkbaar met de angst om blind te worden, of om reuk, smaak of gevoel te verliezen. En aangezien ieder gezond mens in paniek zou raken bij het vooruitzicht een zintuig te verliezen, kunnen we de definitie van nomofobie ook omkeren: Mensen zonder nomofobie zijn (nog) niet in staat gebleken het gebruik van de mobiele telefoon onder de knie te krijgen.

Net zoals blinden niet bang zullen zijn voor het donker (achluofobie), zo zullen mensen voor wie de mobiele telefoon niet meer is dan een draagbare versie van de ouderwetse huistelefoon, geen last hebben van nomofobie. Dit is overigens geen waardeoordeel. Het is niet verkeerd om geen last te hebben van nomofobie. En de reden dat we mensen zonder nomofobie niet veroordelen is dezelfde als waarom we blinden niet veroordelen voor de afwezigheid van achluofobie. Mensen die hun mobiele telefoon nooit missen, ontberen een manier om de wereld te ervaren. Ze verdienen medelijden.

De denkfout die vaak wordt gemaakt is dat een mobiele telefoon slechts gemakkelijk is, slechts een werktuig dat het leven comfortabeler maakt. En natuurlijk lijkt het mobieltje in eerste instantie niets wezenlijks toe te voegen aan onze wereld. Maar niets is minder waar. Mobieltjes kunnen een nieuw zintuig vormen. Ze kunnen de wijze waarop wij de wereld ervaren veranderen.

En dan vooral de sociale wereld. Voor wie geen mobieltje bezit is sociale nabijheid gebonden aan lichamelijke nabijheid. Deze mensen zullen zeggen dat iemand ‘in het echt’ spreken altijd fijner is dan iemand over de telefoon spreken. Ze zullen ook volhouden dat een ansichtkaart ontvangen, ‘meer zegt’ dan een smesje ontvangen. We moeten medelijden hebben met deze mensen. De vergelijking met een blinde kan wederom verhelderend zijn. Om iemands uiterlijk te beoordelen zal een blinde de persoon moeten voelen. De afstand die er bij een ziende niet toe doet, of zelfs noodzakelijk is om het uiterlijk te beoordelen, is bij een blinde een onoverbrugbare kloof. Blinden en nomobies (mensen die het mobieltje slechts als gereedschap zien) ontberen een toegang tot de wereld.

Techniek verandert niet alleen de wereld, techniek verandert soms ook de ervaring die wij van de wereld hebben. Een goed voorbeeld hiervan vormt TVSS, tactile visual sensory substitution. Bij blinden wordt het beeld van een videocamera via een prikkelplaatje overgebracht op de tong.


Een mobieltje kan een vergelijkbare functie vervullen. Mensen die de wereld via hun mobieltje ervaren, ervaren de sociale wereld op een wijze die voor nomobies is uitgesloten. Dat komt ondermeer doordat de mobiele telefoon strikt persoonlijk is, en altijd voorhanden, net zoals onze andere zintuigen. Zo brengt dit extra orgaan anderen dichterbij, en verrijkt de ervaring van onze sociale wereld. De filosoof Alva Noë schrijft:


Technologie vergroot ons bereik, en vergroot op die manier de mate waarin zaken voor ons aanwezig kunnen zijn. Mijn moeder die duizenden kilometers ver weg zit is aanwezig, want ze is slechts één telefoontje van mij verwijderd.[…]

Alva Noë, Out of Our Heads, pp. 83-84.


Vijf zintuigen is een toevallige gift van de evolutie. Innovatieve technieken zullen ons arsenaal aan zintuigen uitbreiden, op een onvoorspelbare wijze en in onvoorspelbare richtingen. Eens zullen we verzuchten: “Zonder mobieltje ben ik geen mens meer, of in ieder geval minder mens dan met mobieltje.”

0 keer bekeken

© 2016 by LIATURCHES Proudly created with Wix.com

  • Google Clean
  • Twitter Clean
  • Facebook Clean