Zoeken
  • Ronald Hünneman

Kopland in het brein

Bijgewerkt: mei 16

Aan de hand van een zoektocht naar het “Kopland-centrum” illustreerde Peter Hagoort zijn werkwijze tijdens de vierde aflevering van het Kenniscafé in De Balie: De Verborgen Schatten van het Brein (zie ook blog van woensdag 23 april). Deze zoektocht had hij ondernomen ter ere van het emeritaat van Rutger van den Hoofdakker. De vraag van Hagoort was vrij eenvoudig: Welk uniek gebied in de hersenen is er betrokken bij het lezen van een gedicht van Rutger Kopland? Nu zou je iemand een gedicht van Kopland kunnen laten lezen en dan met een scan kijken welke gebieden actief zijn. Maar het probleem is dat er een continue stroom van activiteit door uw neuronale weefsel vloeit, er is voortdurend hersenactiviteit te meten. En die activiteit heeft niet specifieks met Kopland te maken. Een ander probleem was dat Hagoort het Kopland-centrum wilde vinden en niet zomaar een gebied dat bij het lezen van woorden betrokken is. Om deze beide problemen te omzeilen paste hij de zogenaamde subtractiemethode toe. Hagoort legde dit als volgt uit. Je meet de hersenactiviteit van proefpersonen die een paar regels van Kopland lezen, bijvoorbeeld:


Ga nu maar liggen liefste in de tuin, de lege plekken in het hoge gras, ik heb altijd gewild dat ik dat was, een lege plek voor iemand, om te blijven. Daarnaast meet je de hersenactiviteit van deze proefpersonen als ze dezelfde woorden lezen zonder dat het een gedicht van Kopland is, bijvoorbeeld:


lege nu plek om in de voor ik altijd de maar lege in het liefste gewild hoge, tuin, liggen Ga plekken ik dat gras was, iemand, te blijven dat heb een.


Vervolgens trek je van de hersenactiviteit gemeten tijdens het lezen van Kopland de hersenactiviteit af die je meet als de proefpersonen dezelfde woorden maar dan niet in dichtvorm lezen. Zo houd je het gebied over dat alleen bij het lezen van het gedicht van Kopland betrokken is. Met een knipoog liet Hagoort de uitkomst zien: een driedimensionale weergave van het brein waarin een klein gebiedje rood was gekleurd, het Kopland-centrum. “Uiteraard weten we nog niet zeker of dit het Kopland-centrum is,” zo ging Hagoort verder. Het zou ook het Lucebert-centrum kunnen zijn. Om dat uit te sluiten zouden we de proefpersonen een gedicht van Lucebert moeten laten lezen, en de dan gevonden activiteit ook weer aftrekken van de eerste scan. Maar is dat voldoende? Moeten we dan ook niet een correctie toepassen voor Achterberg, Deelder, Komrij,…? Wanneer weten we zeker dat we het Kopland-centrum te pakken hebben? Als we alle Nederlandse dichters van Kopland hebben afgetrokken? Kunnen we ooit zeker weten dat wat we hebben gevonden het centrum voor alleen Kopland is? De subtractiemethode heeft kennelijk haar beperkingen. Een andere beperking is dat het Kopland-centrum gelokaliseerd moet zijn wil je het met de subtractiemethode kunnen vinden. Dat wil zeggen, dat het ergens in de hersenen op een aanwijsbare plek moet liggen, en dat op die plek niets anders gelegen mag zijn. Stel bijvoorbeeld eens dat er geen sprake is van een Kopland-centrum, maar van een Kopland-veld. Een Kopland-veld heeft niet zozeer een locatie, maar is een unieke combinatie van locaties die tegelijk actief zijn. Bij het lezen van een Kopland zijn bepaalde grammaticale, emotionele en semantische gebieden tegelijk actief. Deze gebieden zijn afzonderlijk ook bij andere dichters actief, maar nooit in die combinatie. Hoe vinden we dan dit Kopland-veld? Niet met de subtractiemethode, want dan blijft er geen uniek gebied over. Moeten we dan ook gaan rekenen met mogelijke unieke combinaties van gebieden? Hoe groot mogen die gebieden zijn? Hoeveel gebieden betrekken we hierbij? Hoeveel combinaties staan we toe? Als we met de subtractiemethode naar een brein kijken kunnen we slechts bepaalde processen zien. Processen waarvan we aannemen dat ze duidelijk gelokaliseerd zijn, zoals de aansturing van spieren en onderdelen van het visuele apparaat. Maar geldt dit ook voor de kleur, betekenis en emotionele lading van een gedicht? Hebben die ook slechts één plek? Kunnen we de vinger leggen op het Kopland-centrum? Waarschijnlijk niet. Taalelementen, elementen die bij denken en bewustzijn zijn betrokken liggen verspreid over het brein, en geven in combinatie met elkaar, als gedistribueerd veld, een ervaring. Die ervaring is fysiek, dat wil zeggen, komt voort uit neuronaal weefsel. Er is immers geen immateriële geest. Maar die ervaring is daarom nog niet zomaar te scannen! Voorlopig ontbreekt het ons aan wiskundige methoden en rekencapaciteit om uit uw brein uw favoriete gedicht op te duikelen.

Zie voor een lezing van Peter Hagoort over onder andere de subtractiemethode: http://www.kennislink.nl/web/show?id=142020

1 keer bekeken

© 2016 by LIATURCHES Proudly created with Wix.com

  • Google Clean
  • Twitter Clean
  • Facebook Clean