Zoeken
  • Ronald Hünneman

Een kiem voor levensgeluk

Bijgewerkt: mei 16

Laten we eens niet beginnen aan de religieuze, cryptoreligieuze, mystieke of esoterische kant. Laten we ons in ons denken eens niet laten leiden door dogma’s of ervaringen die de rationaliteit ver te boven gaan. Laten we eens beginnen bij de menselijke kant. Laten we beginnen bij de kant van het levensgeluk en het verstand. Als we daar beginnen is er namelijk helemaal geen probleem. Dan is embryoselectie zo voor de handliggend dat het in sommige gevallen zelfs misdadig is om het niet te doen. Dan is orgaandonatie zo vanzelfsprekend dat te lang wachten met transplantatie na het overlijden in het Wetboek van Strafrecht opgenomen zou moeten worden. Waarom discussiëren wij over deze vragen? Waarom staan de niet-religieuze politieke partijen niet en bloc op om de stormvloed van irrationaliteit te keren die ons ethische landschap aan het teisteren is? Waarom staan we toe dat dogma’s en 2000 jaar verouderde teksten de levens bedreigen van mensen die behept zijn met ernstige erfelijke aandoeningen? Waarom staan we toe dat deze mensen levensgeluk wordt ontnomen, net zoals we hebben toegestaan dat kettervervolging, kruistochten, heksenjacht, slavernij en een verbod op condooms het levensgeluk van velen hebben vernietigd? Waarom buigen we voor opvattingen die niet aan het verstand ontsproten zijn maar aan het principieel onkenbare? Levensgeluk is dat waar het om draait in een ethiek zonder irrationele wortels. En levensgeluk is geen eigenschap van een klompje cellen, en ook niet van een orgaan uit een gestorven lichaam. Levensgeluk is een eigenschap van het biografisch leven van mensen. Zonder een mens die leeft, liefheeft, beslissingen neemt, twijfelt, angsten kent en vreugde kan er geen sprake zijn van levensgeluk. En als we aan de kant van levensgeluk beginnen dan is embryoselectie een plicht. Met embryoselectie wordt immers bijgedragen aan het levensgeluk van aanstaande ouders uit families die ontwricht worden door vreselijke ziekten. En we zouden op nog veel meer moeten selecteren dan op ziekten die met een hoge waarschijnlijkheid optreden en dodelijk zijn. Psoriasis lijkt mij een goed voorbeeld. Dat is een in de meeste gevallen niet levensbedreigende huidziekte waar heel goed mee te leven is. Aan de andere kant, het is wel lastig, en zeker als de puberteit over de toppen van onzekerheid scheert kan het tot wanhoop leiden. Als embryoselectie een fluitje van een cent zou zijn geweest, had ik gekozen voor nazaten waaraan ik dit gen zeker niet had doorgegeven, mede om zo bij te dragen aan een wereld waarin psoriasis niet meer voorkomt. Van een glijdende schaal is hierbij uiteraard geen sprake. De grens is al jaren klip en klaar. Alle ziekten waarbij we nu miljoenen euro’s uitgeven aan geneesmiddelen en behandelingswijzen mogen, als dat kan, met behulp van embryoselectie worden vermeden. Daarmee wordt het levensgeluk van mensen met die ziekten geen cent minder waard (anders zouden we er nu niet zoveel aan uitgeven), en erkennen we tegelijk dat een ziekten levensgeluk in de weg kunnen staan (anders zouden we nu niet streven naar genezing). Slechts zij die aan een klompje van acht cellen een of andere mysterieuze status toekennen zullen menselijk levensgeluk willen opofferen. Henk Jochemsen van het Lindeboom Instituut, christelijk studiecentrum voor medische ethiek, verwoordde deze irrationaliteit prachtig in De Volkskrant van afgelopen zaterdag: “Het leven, ook dat van een embryo, bergt een geheim dat om respect vraagt. […] Wij willen het leed van vrouwen met een erfelijke vorm van borstkanker helemaal niet van tafel vegen. Maar het betekent niet dat je zover mag gaan dat je kwaliteit van leven selecteert.” Een geheim op basis waarvan we mensen levensgeluk ontnemen. Tegen euthanasie, tegen abortus, tegen embryoselectie, tegen inenting, tegen levensgeluk op basis van een geheim? Daar kan de plicht tot het bevorderen van het levensgeluk van jezelf en dat van anderen inderdaad niet tegen op. Orgaandonatie is in dat licht helemaal een bizar vraagstuk aan het worden. Aan de ene kant zijn er dode mensen waarop de term levensgeluk niet langer van toepassing is, aan de andere kant mensen van wie het levensgeluk oneindig zou kunnen worden vergroot met behulp van organen uit die dode mensen. Wat is het probleem?! Leeghalen dat dode lichaam, zo snel mogelijk! Wat voor overwegingen kunnen nabestaanden ertoe brengen geen toestemming te geven? Lees de eerste regels van dit stuk nog eens. Als we beginnen bij de menselijke kant, bij de kant van het levensgeluk, is orgaandonatie na overlijden een onvermijdelijke plicht. Dat er mensen zijn die orgaandonatie op basis van een religieus geheim of een mysterieus gevoel liever vermijden is diep en diep triest. Vanaf de menselijke kant bezien is het zelfs misdadig. Er zijn veel ethische vraagstukken waarover we ons het hoofd moeten breken omdat ze er toe doen, omdat de antwoorden bepalend zijn voor het levensgeluk van onze dierbaren, naasten, verre naasten en toekomstige generaties. Maar er zijn ook ethische vraagstukken die slechts bestaan bij de gratie van voortwoekerende irrationaliteit. Dat daarmee levensgeluk wordt geofferd aan het onkenbare is niet langer een geheim.

0 keer bekeken

© 2016 by LIATURCHES Proudly created with Wix.com

  • Google Clean
  • Twitter Clean
  • Facebook Clean