Zoeken
  • Ronald Hünneman

De zelfzuchtige genen

Bijgewerkt: mei 15

Om deze dagen je Bildung te etaleren, zou je De pest van Albert Camus kunnen herlezen, of Liefde in tijden van cholera van Gabriel Márquez. Prachtige romans die het op sociale media goed doen. Maar om iets van de coronacrisis te begrijpen, is er slechts één boek dat ertoe doet: De zelfzuchtige genen van Richard Dawkins, geschreven voordat hij ten onrechte dacht dat atheïsme een roeping is (dat is het niet, het is de afwezigheid van eender welke roeping). Eigenlijk zou je daarnaast The extended phenotype moeten lezen of herlezen, om het beeld compleet te krijgen, maar pak in ieder geval De zelfzuchtige genen uit de kast.

De kracht van Dawkins is dat hij in zijn uitleg van Darwins evolutietheorie niet mensen centraal zet, of dieren, of planten, maar genen. De strijd om het bestaan wordt niet gestreden tussen individuen of soorten, maar tussen genetisch materiaal, DNA en RNA. Mensen en andere organismen zijn niets anders dan machines die genetisch materiaal vermeerderen en de volgende generatie in pompen. Een vrouw baart een kind, en daarmee helpt ze kopieën van haar genetisch materiaal de volgende generatie in. Een vrouw helpt haar zus met het opvoeden van een kind, en daarmee helpt ze kopieën van een kwart van haar eigen genen de volgende generatie in. Via deze vrouwmachines kopiëren de genen die deze vrouwen gezond houden, hun onbaatzuchtige zorggevoelens aanwakkeren en hun fysieke zorgmogelijkheden geven, zichzelf de volgende generatie in.

Vanuit evolutionair perspectief doen mensen er niet toe, althans ze doen er niet meer toe dan dat ze nuttig zijn voor stukken DNA.

In The Extended Phenotype gaat Dawkins nog een stap verder. Hij beschrijft hoe genen van een organisme andere organismen kunnen gebruiken om zichzelf te vermeerderen. Cannabisplanten, bijvoorbeeld, hebben genen voor de productie van THC. Deze genen hebben, via joints, een effect op het gedrag van mensen. Dat effect zorgt ervoor dat mensen op grote schaal cannabis gaan kweken, waardoor er oneindig veel meer kopieën van de THC-genen bestaan dan wanneer de plant zich op eigen kracht had moeten voortplanten. Een vergelijkbaar verhaal geldt voor papaver, voor tabak, en voor tarwe. Varkens hebben genen die hun vlees voor mensen uitermate aantrekkelijk maakt. Die varkensgenen doen het in Nederland ongeveer net zo goed als mensengenen. Als varkensvlees onsmakelijk was geweest, hadden varkensgenen een onbeduidend groepje gevormd. Als mensen rationeel zouden zijn en zouden willen voorkomen dat hun aderen dichtslibben, dan zouden ze varkensvlees laten staan. Maar kennelijk is het eten van een karbonade of ham zo bevredigend, dat mensen zich met gevaar voor eigen leven voor varkensgenen inzetten. Vanuit het perspectief van varkensgenen is de intensieve veehouderij een zegen. Deze varkensgenen zijn in een wrede strijd verwikkelt met de clusters van genen die veganistische machines bouwen die varkensgenen willen decimeren.


SARS-CoV-2, het coronavirus, is een briljante kopieermachine die slim van mensen misbruik maakt.

Alle virussen zijn goed in misbruik. Ze maken kopieën van zichzelf met behulp van celmechanismen van mensen (of andere organismen). Daartoe moeten virussen wel eerst een cel binnendringen. Het coronavirus heeft hiervoor meerdere tactieken, begrijp ik. Het laat zich dus niet zomaar door een enkel verdedigingsmechanisme tegenhouden. Knap.

Net als het influenzavirus, zorgt het coronavirus er verder voor dat mensen door te hoesten en proesten viruskopieën op andere broedplaatsen laten belanden. Gaaf, toch?

Meesterlijk vind ik ook de tactiek om aan handen te kleven, zodat mensen die gedachteloos aan hun ogen, neus of mond zitten zichzelf kunnen besmetten. Aangezien mensen hun handen voortdurend gebruiken, en overal aan zitten, kun je niet anders dan de virussen bewonderend feliciteren met deze vondst. Als iemand zijn mondkapje vastpakt, afzet, en daarna het zweet uit zijn ogen wrijft, dan weet je dat het virus gewonnen heeft.

De incubatietijd van het coronavirus is helemaal perfect. Als mensen zich ziek voelen, en terugtrekken, dan kunnen ze het virus niet verder verspreiden. Dat is niet goed. Dus moeten mensen zich gezond voelen tot ze flink wat anderen hebben ontmoet. De keuze van het coronavirus, ongeveer een week, is hierbij ideaal, aangezien alle clubs, kerken, werkzaamheden en bezigheden van mensen in een weekschema zijn georganiseerd. Respect. Grote feesten met veel lichamelijk contact zijn een bonus bovenop deze weektactiek.

Het coronavirus had nog effectiever kunnen zijn als het een MDMA-achtig effect zou hebben gehad, als mensen die ermee besmet zijn een onbedwingbare, verslavende drang krijgen om met anderen te knuffelen. Dat is evenwel niet het geval, en daarmee tegelijk het bewijs dat van intelligent ontwerp geen sprake kan zijn. Althans, ik had het beter gedaan.

Een andere ontwerpfout is de dodelijkheid van het coronavirus. Toegegeven, het is niet zo dom als ebola, dat veel te snel dodelijk is, ook voor kinderen. Doden kunnen een virus niet verspreiden. Maar wat nog belangrijker is, doden maken van clusters genen die mensen vormen geduchte tegenstanders. Want, doden veroorzaken paniek bij mensenmachines. En, mensenmachines die in paniek zijn, gaan samenwerken om de paniekveroorzakers te vernietigen. Mensenmachines maken afspraken, gebruiken bescherming en ontwikkelen vaccins (of homeopathisch verdund bleekmiddel) ten einde SARS-CoV-2 uit te roeien.

En als dat, mede dankzij Alexanderhalvemeter-dag, is gelukt, kunnen varkens-, tabaks-, tarwe-, cannabis-, druiven-, gerst-, gist-, kippen-, suikerbiet-, melkkoeien- en bananengenen ons weer gebruiken om zichzelf massaal te vermenigvuldigen.

297 keer bekeken2 reacties

© 2016 by LIATURCHES Proudly created with Wix.com

  • Google Clean
  • Twitter Clean
  • Facebook Clean