Zoeken
  • Ronald Hünneman

Buruma en de dialoog over vrijheid

Bijgewerkt: mei 15

In 1993 hield Ian Buruma de Van der Leeuw-lezing onder de titel De boom van Herder. De tekst van deze lezing behoort wat mij betreft tot een van de parels van de filosofie. Buruma hekelt het dwingende gebruik van cultuur en culturele identiteit. Natuurlijk, cultuur en culturele identiteit zijn niet helemaal onzinnige noties, maar we moeten ons niet laten beheksen door de idee dat cultuur een eenvoudige verklaring biedt voor verschillen tussen mensen, landen of werelddelen. Mensen behoren tot een bepaalde cultuur met specifieke mores en bijzondere gebruiken, gebouwen en artefacten, maar mensen blijven ook gewoon mensen. Het verschil tussen een Nederlander in de 21ste eeuw en een Chinese boer onder het bewind van Mao is groot, maar niet zo groot dat we eerst een gevorderdencursus identiteit zouden moeten volgen om een zinvol gesprek met hem te kunnen beginnen.

In De boom van Herder laat Buruma zien dat culturele tradities veranderlijk zijn, en vaak in het leven worden geroepen om onder een verantwoording van wandaden uit te komen. Want, wat voortkomt uit cultuur of identiteit hoeft volgens velen immers niet verder te worden verantwoord. Cultuur wordt zo een stok om mee te slaan, een argumentum ad baculum. “Kom niet aan mijn cultuur, want anders ben je een ongevoelige westerse imperialist.” Door een beroep op cultuur en identiteit verworden dialogen tot exposés van historisch gegroeide en onoverbrugbaar verklaarde verschillen.

Belangrijker dan het benadrukken van culturele verschillen is het besef dat een ander mens nooit onbegrijpelijk kan zijn. Er is altijd een dialoog mogelijk, dwars door culturele verschillen heen. In plaats van de verhalen over culturele verschillen lichtzinnig geloven, of de eigen cultuur als hoogste Goed te presenteren, dienen we ons te verdiepen in specifieke mensen met menselijke zorgen over hun kinderen, gezondheid, werk, voedsel, water, vrijheid en geluk. Ook een Chinese boer onder het bewind Mao houdt van zijn kinderen, heeft problemen met zijn gezondheid, wil werk, voldoende voedsel, schoon water, verlangt naar politieke vrijheid en maatschappelijk geluk.

Buruma’s argumentatieve stijl sluit aan bij deze opvatting over de universele mogelijkheid tot dialoog. Bij lastige vraagstukken wikt en weegt hij, kijkt, vergelijkt en stelt een finaal oordeel uit. Buruma is een filosoof die een voortdurende dialoog plaatst boven het eindoordeel. Het boekje Grenzen aan de Vrijheid, dat hij in het kader van de Maand van de Filosofie schreef, ademt deze nadruk op dialoog. Buruma wil geen eindoordeel over vrijheid geven:


Waar het op neerkomt is dat er over van alles te marchanderen valt, behalve over gebruik van of dreiging met geweld. Met uitzondering van geweld staat het zelden geheel vast wat wel of niet door de beugel kan. Het is een debat dat nooit zal stoppen zolang mensen met elkaar moeten leven. Meer positieve vrijheid of meer negatieve vrijheid, minder of meer bescherming tegen discriminatie, wel of niet gedogen, tolerantie of actief sturen – dit zijn allemaal vragen die de regels van een samenleving bepalen. Zonder marchanderen – tenslotte een ander woord voor compromissen zoeken – kan een democratie niet blijven floreren.

[pagina 66]


De recensist van De Volkskrant, Hans Driessen, slaat de plank mis als hij schrijft dat Buruma geen filosoof is en geen filosofisch essay, zelfs geen essay schrijft:


Buruma schrijft geen hecht doortimmerd betoog, maar hij belicht het probleem van de vrijheid aan de hand van min of meer op zichzelf staande bespiegelingen over pornografie en politieke geschiedenis.

[Volkskrant, zaterdag 3 april]


In zekere zin klopt dit. Buruma zegt niet wat vrijheid is, of wat de grenzen aan de vrijheid zijn. Hij betoogt niet om tot een eindoordeel te komen. Maar Buruma doet iets wat, althans bij mij, zeer hoog in filosofisch aanzien staat. Hij breekt een discussie open die door anderen met een beroep op de Verlichting, het Vrije Westen, de Joods-Christelijke cultuur of de Grondwet op slot wordt gegooid. De invulling van vrijheid vereist een continue, eeuwigdurende dialoog.

Aan het eind van zijn recensie schrijft Hans Driessen dat Wilders slechts in de marge van het boek figureert. Heeft Driessen dan niet begrepen dat Wilders in dit boek centraal staat? Moet Buruma soms expliciet aangeven waar zijn betoog op Wilders slaat? Wat Buruma schrijft rond de hoofddoekjesdiscussie is een verademing. De gedweeheid waarmee Moslima’s hun hoofddoek dragen verschilt niet van de gedweeheid waarmee Westerse vrouwen plastische chirurgie ondergaan of zich laten gebruiken voor porno. Allen onderwerpen zich aan de dominante blik van mannen die vrijheid van godsdienst of meningsuiting (pornografie) gebruiken om vrouwen eronder te houden. Soms gebeurt die onderwerping vrijwillig, soms niet.

Pornografie en hoofddoekjes worden door tegenstanders gezien als symbolen van onderdrukking. Voorstanders beroepen zich op vrijheid en emancipatie. Moest Buruma er nu werkelijk expliciet aan toevoegen dat Nicolette Kluijver die haar borsten heeft laten vergroten en haar schaamhaar scheert omdat de lezers van Playboy dat fijner vinden, niet zoveel anders is dan een Moslima die een hoofddoek draagt omdat Moslimmannen dat aangenamer vinden? Moest Buruma nu werkelijk het woord “sletfototax” in de mond nemen?

Een afkeer van geweld, een geloof in de menselijkheid van vreemden en de drang om discussies rond grote vragen vooral voort te laten bestaan, is er een mooiere Paasboodschap te bedenken?

0 keer bekeken

© 2016 by LIATURCHES Proudly created with Wix.com

  • Google Clean
  • Twitter Clean
  • Facebook Clean