Zoeken
  • Ronald Hünneman

Apen & Wolven

Bijgewerkt: mei 15


KERST 2009

Het boek is van Mark Rowlands: The Philosopher and the Wolf: Lessons from the Wild on Love, Death and Happiness. Het thema is zowel eenvoudig als complex. Eenvoudig omdat iedereen het onderscheid tussen een berekenend apenbrein en een innig met de wereld verbonden wolvenbrein kan begrijpen. Complex omdat de schoonheid en waarde van een wolvenbrein niet berekenend mag worden beschreven.

Vanuit een cognitief perspectief zijn we simpele wezens. We zoeken genot en vermijden pijn. De stoïcijnen, Epicureërs, hedendaagse hedonisten, en zelfs de boodschappers van het Hiernamaals verkondigen eensgezind de boodschap van het genot van de afwezigheid van pijn, nu of als het aardse leed is geleden. En natuurlijk hebben ze gelijk. Wie wil er nu geen leven zonder pijn of ongeluk? Wie wil er nu lijden? Wie wil er nu niet een fijn gezelschap, een fijn salaris, een fijn boek, fijn genieten van goed eten en een glas wijn, fijn vrij zijn van angst en woede? Moet mindfulness niet tot Happinez leiden? Wie geen pijn lijdt loopt toch niets waardevols mis in haar leven?

Utilisme is de ethische theorie die de inhoud van deze opvatting verwoordt. Handel zodanig dat de hoeveelheid genot in de wereld toeneemt. Is er een beter handelingsvoorschrift te bedenken? Ook het egoïsme, de basis voor het kapitalisme, is op deze leest geschoeid. Handel zodanig dat uw genot (of uw vermogen) toeneemt. Of het zombie-egoïsme: handel zo dat u na uw dood zult worden beloond. Volgens sommige evolutionisten is het zelfs de reden waarom we anderhalve kilo hersenen achter onze ogen hebben. Handel zodanig dat u al genietend de meeste achterkleinkinderen krijgt. Daarom verschaffen de zintuigen informatie op basis waarvan onze hersenen het meest gunstige handelingsalternatief berekenen. Als iedereen dat consequent doet, en zo nu en dan rekening houdt met een ander, zullen we allemaal gelukkig worden. Nu of anders na onze dood.

Maar hoe aanlokkelijk dit perspectief ook klinkt, hoe het ook moge kloppen voor de wereld, het kan niet de waarheid zijn over ons leven, zo schrijft Rowlands. Op onze beste momenten zijn we geen cognitieve, naar veiligheid of genot hunkerende apen. Op onze beste momenten rekenen we niet. Onze beste momenten zijn de momenten waarop we ons niet kunnen verzetten tegen een verschrikkelijk lot, de momenten waarop we lijden, de momenten waarop alle berekeningen terzijde worden geschoven omdat er geen hoop meer is.


We zijn op ons best als de vijfennegentig pond zware pitbull van het leven ons bij de strot heeft en tegen de grond drukt. En we zijn slechts puppies van drie maanden, zo gemakkelijk te verscheuren. We gaan pijn lijden, en we weten ‘t, en er is geen hoop. Maar we janken of jammeren niet. We vechten niet eens. In plaats daarvan stijgt uit de diepte van onze ziel een grommen op, een kalm en sonoor grommen dat onze kwetsbare leeftijd en existentiële breekbaarheid logenstraft. Dat grommen zegt: “F**k you!”


Kerst is het feest van de hoop, van de wederkeer van het licht. Althans, zo is mij in een niet geseculariseerde versie op zondagschool geleerd. Hoop voor mijn kinderen en dierbaren op een gelukkig leven, vol genotsmomenten en met een minimum aan pijn. Daarom vind ik Kerst een mooi feest. En daarom vind ik Serious Request het mooiste radioprogramma aller tijden. (Dit jaar staat het Glazen Huis zelfs bij mij om de hoek.)

Maar soms is er geen hoop meer. Soms moet je pijnlijk afscheid nemen van dat wat je dierbaar is, dat wat je ziel raakt, dat wat je ziel maakt. Soms houd je een hand vast waarvan je weet dat die nooit meer in de jouwe zal knijpen. Op die momenten weet dat het laatste uur heeft geslagen, dat je geen flintertje hoop meer zult krijgen. Op die momenten kun je slechts tegen de hemel huilen: “G*dv*r…!”


Hoop is de tweedehands autoverkoper van het menselijk bestaan: zo vriendelijk, zo geloofwaardig. Maar je mag er niet op bouwen. Het belangrijkste in je leven is wat er van je overblijft als je hoop op is. De tijd neemt ons uiteindelijk alles af. Alles wat we hebben vergaard, door talent, ijver en geluk, zal ons worden ontnomen. De tijd ontneemt ons onze kracht, onze verlangens, onze doelen, onze plannen, onze toekomst, ons geluk en zelfs onze hoop. Alles wat we kunnen hebben, alles wat we kunnen bezitten, de tijd zal het ons ontnemen. Maar wat de tijd ons nooit kan ontnemen is wie we waren op onze beste momenten.


Vanavond om acht uur ga ik de dj’s toejuichen als ze het Glazen Huis verlaten. Er is goede hoop dat we malaria ooit uitbannen als dodelijke ziekte. Er is goede hoop dat we een opwarmende aarde overleven. Er is goede hoop dat de armsten ooit zullen mee-eten van onze rijkdom. En het is Kerst, een tijd om stevig te omarmen wat je dierbaar is.

Nawoord

– De wolf op de foto naast Monkie van is Brennie. Henny Spoelder bracht Brennie mee. Waarschijnlijk omdat zij aanvoelde dat de aap moest worden aangevuld met een wolf aan zijn rechterzijde. Dank daarvoor.

– De citaten komen, zoals u al vermoedde, uit het boek van Rowlands. De Nederlandse vertaling van dit boek is zeer slecht. Woorden en nuances zijn niet vertaald, en een enkele keer staat in het Engelse origineel het tegengestelde van de vertaling. Bovenstaande citaten zijn daarom door mij hertaald. Leg dus bij voorkeur niet de Nederlandse vertaling van dit boek onder de kerstboom.

0 keer bekeken

© 2016 by LIATURCHES Proudly created with Wix.com

  • Google Clean
  • Twitter Clean
  • Facebook Clean