top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverRonald Hünneman

Op bezoek bij twee tantes - Over rechtvaardigheid en duurzaamheid

Anderhalf jaar na zijn pensionering kreeg mijn vader de diagnose Parkinson. Om de voortgang van de ziekte te monitoren en zijn medicijnen in te stellen, bezocht hij regelmatig zijn neuroloog in het AMC, vergezeld door mijn moeder. Een enkele keer namen wij broers, althans per toerbeurt één van ons drieën, de honneurs van mijn moeder waar. En zo zat ik op een dag naast mijn vader tegenover de neuroloog.

“Uw functies zijn iets achteruitgegaan, meneer Hünneman. Ik zal uw medicatie bijstellen.”

“Ach, wat jammer,” zei mijn vader.

“Niet alles is negatief, hoor” ging de neuroloog verder, “u kunt gelukkig nog wel autorijden.”

“Oh, maar dat is geweldig,” antwoordde mijn vader, “want dat heb ik mijn hele leven niet gekund.”


“Bel ons gewoon als je een auto nodig hebt, pap,” zeiden we na het overlijden van mijn moeder. Dat deed hij. Zoals op een zonnige lenteochtend.

“Kun je komen? Ik wil vanmiddag naar Maud.”

“Nu? Kan het niet wachten? Het is nogal een eind. Van Groningen naar Alkmaar om jou op te halen. Dan naar het verzorgingstehuis in Hoogeveen. En dan alles nog een keer in omgekeerde richting.”

“Het moet nu.”


Tante Maud, de oudere zus van mijn vader, was dementerend. Hij ging tegenover haar zitten.

“Ik wil je bedanken, Maud. Weet je nog dat jij ooit mijn studieboeken hebt betaald, zodat ik naar avondschool kon?”

“Ja, die studieboeken… Ach, Rudi, het was zo oneerlijk verdeeld. Al het geld ging naar onze halfbroer, terwijl jij zo goed kon leren. Ik deed niet meer dan die oneerlijkheid rechtzetten.”

De helderheid van haar antwoord verbaasde me. Kennelijk was dit een lastig uitwisbare periode uit hun leven.

“Maar, je had het niet hoeven doen, Maud. En toch deed je het. Daar was ik zo blij mee. Daar wil ik je voor bedanken.”

“De deur zit hier altijd op slot. Ik wil naar buiten.”

Weg was tante Maud. Ze loste op in de mist van haar geest.


In ons gezin, mijn moeder, vader en drie broers, werd alles tot op de cent eerlijk verdeeld. De enige momenten waarop de verdeling wel eens werd betwist was na het avondeten, als de chocolade- en vanillevla over vijf schaaltjes moest worden verdeeld. Na een stuk of wat van die conflicten, wellicht gestimuleerd door het feit dat mijn jongste broer bij de verdeling steeds vaker aan het kortste eind trok, voerden mijn ouders een uit twee stappen bestaande toetjesprocedure in. In de eerste stap werden de schaaltjes door één van ons drieën gevuld met chocolade- en vanillevla. Daarna, stap twee, mochten we om de beurten een schaaltje kiezen, waarbij, en hier zat ‘m de kneep, degene die de vla had verdeeld als laatste aan de beurt kwam.

Veel mensen zullen deze aanpak uit hun eigen gezinsleven herkennen. Het behoeft geen betoog dat deze procedure een eerlijke verdeling oplevert. De verdeler zal er zorg voor dragen dat het laatst overgebleven schaaltje even begerenswaardig is als de rest.


Jaren later, tijdens mijn studie filosofie, trof ik een vergelijkbare procedure aan in A Theory of Justice (1971) van John Rawls. Om na te denken over de vraag wanneer we kunnen spreken van een rechtvaardige wereld, stelt Rawls een met de toetjesprocedure vergelijkbaar instrument voor. Omdat de wereld al verdeeld is, moet je je in de eerste stap los denken van je huidige positie. Je moet je, in de terminologie van Rawls, achter een sluier van onwetendheid (veil of ignorance) plaatsen. Achter die sluier weet je niet waar je geboren zal worden, wat je uiterlijk zal zijn, je IQ, of je religie, of je gehandicapt zal zijn, of dat je een gehandicapt kind zal krijgen. Kortom, je weet niet welke positie je in de wereld zal innemen. In de volgende stap heb je als taak om de middelen, mogelijkheden, rechten en plichten over alle posities te verdelen. Daarna, in stap 3, mogen alle mensen om de beurt een positie kiezen. Een rechtvaardige wereld is nu, volgens Rawls, een wereld waarin jij het aandurft om als laatste een positie te kiezen.

Er is veel gezegd en geschreven over deze rationele procedure van Rawls, en ondanks enkele tekortkomingen is iedereen het erover eens dat er geen betere methode bestaat om over rechtvaardige verdelingen na te denken. Het is een goede methode om toetjes of pizza’s te verdelen. Tante Maud had niet met mijn vader van positie willen ruilen. Daarom steunde ze hem. En ik zal mij moeten afvragen of ik zou willen ruilen met een bijstandsouder, een kind van verslaafde ouders, een boer naast een Natura 2000-gebied of een Poolse gastarbeider. Zijn deze posities net zo begerenswaardig als mijn eigen positie?


“Ron, je moet komen. Ik moet naar Nel.”

Het was half zes ’s ochtends. Om kwart voor tien had tante Nel, de jongere zus van mijn vader, koffie voor ons ingeschonken.

“Weet je nog Nel, dat we in het Jappenkamp zaten? En dat we steeds zo’n honger hadden?”

“Ja, Ruud…”

“We kregen toen iedere avond een kommetje rijst met wat ketjap erop.”

“Ja.”

“Ik heb toen een keer van gras snel een poppetje gemaakt, en dat met jou geruild voor je kommetje rijst. Daarna heb jij de hele avond en nacht liggen huilen en jammeren omdat je zo’n honger had… Ik heb daar zo’n spijt van, en ik heb er nooit mijn excuses voor aangeboden.”

“Ik weet daar niets meer van, Ruud.”

“Ik had het niet mogen doen, Nel. Ik heb je een rotdag bezorgd. Je moest zo huilen.”

“Geen idee. Ik weet er niets meer van.”

Op de terugweg, in de auto, keek ik glimlachend naar mijn vader: “Ze wist er niets meer van, hè?”

“Geeft niet, het is wel gebeurd.”

“Je was negen, pap. Je kon toch niet weten…”

“Dat maakt niets uit. Je bent als mens verantwoordelijk voor de gevolgen van wat je doet, ook al zie je die niet altijd aankomen. Ik heb haar aan het huilen gemaakt. Dat had ik niet moeten doen. Punt.”


Verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van je handelen, zelfs voor de onvoorziene gevolgen, is een strenge vorm van ethiek. Het is de meest principiële vorm van wat filosofen consequentialisme noemen. Degene die handelt (of niet handelt) is verantwoordelijk voor de daadwerkelijke gevolgen van haar of zijn handelingen, hoe goed of onschuldig de bedoelingen ook zijn, hoe anders dan verwacht de uitkomsten ook zijn. Mijn vaders handelen had een huilend meisje tot gevolg, en dat was niet goed. Punt.

Naderhand vermoedde ik, al heb ik er nooit met hem over kunnen spreken, dat zijn consequentialisme en het daaraan gekoppelde bezoek aan tante Nel, een onbewuste poging was om zijn door de Jappen geschonden rationele medemenselijkheid te herstellen.


Ik heb een sterke voorkeur voor dit strenge consequentialisme. Het probleem is alleen dat de verbinding van Rawls’ procedure van rechtvaardigheid met dit strenge consequentialisme vervelende gevolgen heeft. Voor mij.

De Britse analytisch filosoof Ted Honderich wees hierop in zijn boek After the Terror (2002). Stel, zo redeneerde hij, dat ik van plan ben de Biënnale in Venetië te bezoeken. Ik houd van kunst, en een bezoek aan de Biënnale is voor kunstkenners een paradijselijk genot. Die reis zal mij, laten we zeggen, 2500 pond kosten. Echter, ik zou van die 2500 pond ook 1000 vaccinaties kunnen betalen waarmee duizend kinderen in Afrika gevrijwaard blijven van een ontwrichtende oogontsteking die zelfs tot blindheid kan leiden. Of, ik zou duizend kinderen blij kunnen maken met een goed ontbijt, zodat ze niet met een lege maag naar school hoeven. Of, ik zou voor tien kinderen een nieuw bed kunnen kopen zodat ze lekkerder slapen. Of… Anders gezegd, mijn keuze voor Venetië zou als gevolg hebben dat deze andere zaken niet gebeuren.

De keuze achter de sluier van onwetendheid is dus:

(1) wil ik mijn eigen positie nog aantrekkelijker maken (Venetië), of

(2) wil ik de positie van anderen iets minder onaantrekkelijk maken (vaccinaties, ontbijt, bed)?

Uiteraard dwingt niemand mij ertoe om voor (2) te kiezen. Tegelijkertijd besef ik maar al te goed dat een keuze voor (1) betekent dat de wereld onrechtvaardiger wordt.


Ted Honderich koos, na deze analyse, voor (2). Hij besloot om voortaan te leven van een minimum inkomen, en de rest van zijn geld weg te geven aan doelen die zorgden voor rechtvaardigere verdeling van de rijkdom op de wereld. Zo gingen, bijvoorbeeld, de opbrengsten van zijn boeken en lezingen rechtstreeks naar Oxfam.

Ik, Ronald Hünneman, redeneer net zoals Honderich, maar ga rustig op kunstreis naar Venetië. En dat is bij lange na niet de enige onrechtvaardige keuze die ik maak. Ik koop kleding en kunst die ik niet nodig heb. Ik eet zoveel, thuis en in mooie restaurants, dat ik de extra kilo’s eraf moet sporten. Daarvoor heb ik een duur abonnement op de sportschool. Ik koop prijzige cadeaus voor mijn kinderen. Enzovoort. Enzovoort.

Dus, en dat is de conclusie die ik verafschuw, kan ik nooit meer zeggen dat ik een goed of rechtvaardig mens ben. Zolang ik leef als een welvarend mens in een zeer welvarend land, zijn er mensen die lijden onder mijn keuzes. Zelfs hier om de hoek.


Met die wetenschap wil en kan ik niet leven. Ik heb een list nodig om aan dit ongemak te ontsnappen.


De sluier van onwetendheid en streng consequentialisme zijn slechts filosofische theorieën, die ik zonder vrees voor vervolging naast mij neer zou kunnen leggen. Daarna zou ik kunnen kijken welke filosofische theorieën mij wel tot goed mens bestempelen. Een ethische theorie waarbij je slechts verantwoordelijk bent voor je bedoelingen, bijvoorbeeld, of waarin je niet wordt afgerekend op handelingen die je nalaat, of waarin je uitsluitend verantwoordelijk bent voor jezelf. Ondanks dat een omarming van dergelijke theorieën mijn goedheid zou redden, voelt het als valsspelen. Door een theorie te zoeken die past bij mijn handelen, doe ik alsof ik de waarheid omtrent rechtvaardigheid reeds in pacht heb. Voor hetzelfde geld zou ik mijzelf kunnen bestempelen als rechtvaardigheidsgoeroe, en de rest van de wereld oproepen mij te volgen.


Een tweede list zou zijn plechtig te verklaren dat kunst mij tot een beter mens maakt, en dat een bezoek aan de Biënnale mij zou verheffen via de hogere inzichten die de aanblik van kunstwerken in mij teweegbrengen. Dit argument is echter zo absurd, dat ik het niet eens zou durven opperen. Het is onzin dat kunstenaars vooroplopen in de maatschappij. Kunstenaars zijn over het algemeen trendvolgers. Ja, sommige kunstwerken hebben mij geïnspireerd, maar om nu te zeggen dat ik er rechtvaardiger door ben geworden, gaat te ver. Daarbij komt dat ik in Nederland al zoveel kunst kan zien dat een reis naar Venetië ten einde te worden verheven overbodig is.

Wat dit argument nog twijfelachtiger maakt is dat de meeste van de werken die ik bewonder, eveneens werden en worden bewonderd door dictators, oorlogsmisdadigers, slavendrijvers, rücksichtsloze uitbuiters of politici waaraan ik een bloedhekel heb. Generaal Franco heeft hemel en aarde bewogen om Picasso’s Guernica naar Madrid te krijgen.

Een vermeende helende werking van kunst gaat mijn goedheid niet redden.


Een list die ik wel toepas, al is de werking daarvan beperkt, is die van de gerichte gift.

Als ik tijdens mijn vakantie met de auto Granada inrijd om mijn wekelijkse boodschappen te doen, moet ik wel eens wachten voor een verkeerslicht waar een Afrikaanse man zijn inkomen bij elkaar scharrelt. Hij loopt tussen de stilstaande auto’s door en biedt aan de voorruit te wassen of vraagt of je een flesje water of een pakje papieren zakdoekjes wilt kopen. Ik kan daar niet goed tegen. Mijn voorruit is schoon, ik heb geen dorst en geen snotneus. Bovenal geeft hij mij een schuldgevoel. Dus negeer ik hem. Maar, één keer, tegen het eind van mijn vakantie ga ik te voet naar het kruispunt, wacht tot het licht voor de auto’s op rood springt, loop naar hem toe, druk hem een briefje van vijftig euro in de hand, en loop door. Daarna gebeurt er iets magisch. De man rent achter mij aan, pakt me vast en begint me uitgebreid te bedanken. Heerlijk. Ondanks dat ik weet dat vijftig euro voor mij een kleine gift is die niet in de buurt komt van de vrijgevigheid van Ted Hondrich, voel ik mij geweldig. Geweldig goed, zelfs. Een mens die het beste met de mensheid voorheeft.

Jammer genoeg houdt dat gevoel niet langer dan twee of drie weken aan.

De vierde list is de beste. Om mijzelf tot goed mens te verheffen, kan ik een waarde opvoeren die hoger is dan rechtvaardigheid, zodat ik mijn handelen kan verantwoorden vanuit die hogere waarde. Dat de wereld door mijn handelen onrechtvaardiger wordt, wordt dan vergoelijkt door een beroep op dit hogere principe. Om die reden verscheen, en verschijnt, God of De Vrije Markt regelmatig ten tonele. In de naam van God of De Vrije Markt zijn handelingen te rechtvaardigen die anders het daglicht niet kunnen verdragen. Meer recent is Duurzaamheid een veel gespeelde en uiterst overtuigende troefkaart die de ongemakkelijke plooien van een onrechtvaardige verdeling, of zelfs het vergroten van een onrechtvaardige verdeling, gladstrijkt. (Ik ga er hierbij, tegen beter weten in, vanuit dat duidelijk is wat Duurzaamheid precies is, en dat het een minder vaag begrip is dan “God” of “De Vrije Markt”.)

Uit naam van Duurzaamheid is de wereld onrechtvaardiger geworden, en we, jij én ik, hebben er vrede mee, omdat de wereld Duurzamer is geworden. Duurzamer en onrechtvaardiger is nu eenmaal te verkiezen boven minder Duurzaam en rechtvaardiger.

Als de gasprijzen omhoog worden geschroefd, gaan mensen minder gas gebruiken, althans de mensen die de hogere gasprijs niet kunnen betalen. Voor mensen zoals ik blijft het een keus of ik mijn geld uitgeef aan een warm huis, of aan een kunstreis naar Venetië. Ik zou niet graag in de positie van mensen willen verkeren die kou lijden, botweg omdat ze niet anders kunnen dan besparen op hun gasverbruik.

Als benzine duurder wordt, zullen armere mensen hun auto eerder moeten laten staan dan rijkere mensen. Voor sommige mensen betekent dit dat ze hun ouders niet langer kunnen bezoeken om mantelzorg te verlenen. Ik vrees dat dit ook de mensen zijn die niet de middelen hebben om anderen voor deze taak in te huren.

Als er inkomensonafhankelijke subsidies worden verstrekt voor de aanschaf en plaatsing van zonnepanelen, dan zullen uitsluitend degenen die over de financiële middelen beschikken om de eigen bijdrage te betalen en de weg weten te vinden in het doolhof van subsidieaanvragen daarvan profiteren.

Als er een extra heffing komt op oude dieselauto’s, of als binnensteden worden afgesloten voor oude diesels, dan zijn degenen die met veel kunst- en vliegwerk hun oude dieselautootje rijdend houden hiervan de pineut. En dat zijn eerder de allerarmsten dan de allerrijksten.

Als vliegen duurder wordt, dan is de groep waarvoor vliegen onbetaalbaar wordt beslist niet de groep die zich nu in de meest bevoorrechte positie bevindt.

Waarom worden windmolens bij voorkeur geplaatst in de dunst bevolkte, minst begeerlijke gebieden, waar mensen wonen die nooit genoeg geld bij elkaar kunnen leggen om met behulp van goede advocaten stevig te procederen? Omdat zij het niet erg vinden dat hun leefwereld onherkenbaar verandert? Omdat zij houden van laagfrequent gebrom, slagschaduwen over hun huis, en een zee van rode knipperlichten in de avond? Omdat zij voor hun leed ruimschoots gecompenseerd worden?

Waarom mogen de kopers van elektrische auto’s in 2022 ruim negentig miljoen euro aan subsidiegelden verdelen? Omdat ze het al zo zwaar hebben?

De aanschaf van een Tesla, gemiddeld zo’n € 75.000, valt alleen maar uit te leggen door een heilig beroep op Duurzaamheid. Achter de sluier van onwetendheid is het een wrede machine die de minst begeerlijke posities nog verder omlaag trapt, zelfs als je je ogen sluit voor de vraag of een Tesla werkelijk een winst voor het milieu oplevert, en voor alle bedenkingen bij de omstandigheden waarin de zeldzame grondstoffen voor de batterijen en elektronica worden gedolven.

Is er één Duurzaamheidsmaatregel die de wereld, desnoods alleen Nederland, een klein beetje rechtvaardiger heeft gemaakt?

Ik kan niet anders dan deze vierde list afwijzen. Wat niet wil zeggen dat ik duurzaamheid niet als waarde accepteer. Zeker niet. Ik vind duurzaamheid belangrijk. Maar, ik wil niet dat duurzaamheidsmaatregelen een onrechtvaardige verdeling nog onrechtvaardiger maken. Iedereen heeft recht op dezelfde studieboeken.


Als je Rawls’ sluier accepteert en daarenboven consequentialist bent, dan is het huidige duurzaamheidsbeleid onrechtvaardig, en hebben degenen die ervan profiteren ontelbaar veel zorgen, tranen en honger op hun geweten.

Je kunt het anders zeggen: Als je rondrijdt in een Tesla, sleep je een lange sliert huilende, hongerende kinderen met ernstige oogontstekingen achter je aan. Door jou is de wereld een flink stuk onrechtvaardiger geworden.

Je kunt het nog anders zeggen: Laten we duurzaamheidsbeleid pas duurzaamheidbeleid noemen als ons land daardoor rechtvaardiger wordt. In alle andere gevallen is het niet meer dan vijftig euro in de hand van een Afrikaan bij het stoplicht.


Dit is geen verwijt. Ik ben evenmin een goed mens. Het is een oproep om vaker achter de sluier van onwetendheid te kruipen. Zelfs in tijden van crisis of oorlog, mogen we onze rationele medemenselijkheid niet verliezen. Kom op, we zijn geen negen meer.


Wees gerust, dit was slechts filosofie.

246 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comentarios


bottom of page